Spelbeschrijving

Vanaf nu kan je Boonanza ook met je kleinste vriendjes spelen, “Mein erstes Bohnanza” is voor spelers vanaf vier jaar. Beginnend met een erg vereenvoudigde variant leren de kinderen de eerste basisregels van Boonanza. Wanneer je die basisregels eenmaal onder de knie hebt is het tijd voor een volgende stap die een klein tikkeltje moeilijker is. Zo kunnen de kleinste Boonanza fans al na zes stappen meespelen met het originele spel. Maar laat ons beginnen bij het begin:

In deze vereenvoudigde variant krijgen alle spelers vijf bonenkaarten, deze worden niet op hand genomen maar komen open op tafel te liggen. Heel belangrijk: de volgorde van deze kaarten mag je NOOIT veranderen, meteen één van de belangrijkste spelregels van Boonanza. Elk van deze kaarten heeft een zogenaamde boon-o-meter, je vindt er namelijk hoeveel van dat type kaarten je nodig hebt om één thaler te verdienen. Als je aan de beurt bent plant je jouw eerste kaart op één van je twee velden, als je wil/kan, mag je ook je tweede kaart nog aanplanten. Vervolgens leg je twee kaarten (van de trekstapel) open op tafel, je kan nu beginnen ruilen met je tegenstanders. Je mag de twee opengelegde kaarten én je persoonlijke kaarten te ruil aanbieden, vergeet daarbij niet te vermelden wat je graag in de plaats had gehad. Je mag met iedereen ruilen, maar je tegenstanders mogen niet onderling ruilen, de actieve speler moet steeds in de ruil betrokken zijn. Je mag de opengelegde kaarten ook schenken, indien iemand kandidaat is om ze te aanvaarden. Alle kaarten die je via ruil ontvangt (dat geldt ook voor je tegenspelers) moeten meteen op je velden geplant worden. Één ding is zeker: de twee kaarten in het midden van de tafel moeten gepland worden. Of je plant ze zelf, of je ruilt ze met een medespeler. Bij het planten probeer je steeds éénzelfde soort op elkaar te planten, van zodra je het vermelde aantal kaarten hebt bereikt worden deze bonen automatisch geoogst (= weggenomen), in ruil daarvoor krijg je één bonenthaler van een aparte stapel. Indien je toch een kaart moet planten die je niet op je velden hebt liggen mag die daar gewoon bovenop, maar je begint dan – in die nieuwe soort – wel opnieuw te tellen tot wanneer je het vermelde aantal hebt bereikt. Om je beurt af te ronden neem je drie nieuwe kaarten voor je persoonlijke voorraad. Het spel eindigt nadat de stapel één, twee of drie keer leeg is, afhankelijk van het spelersaantal. De speler met de meeste thalers wint het spel.

In een tweede fase doen enkel bonenkaarten mee met een iets uitgebreidere boon-o-meter. Je zal nu beslissingen moeten maken: doe ik mijn bonen weg voor één thaler, of spaar ik nog een klein beetje langer om twee thalers te ontvangen? Je hebt bij al deze bonen namelijk twee opties. In een volgende fase kunnen alle bonen samen gebruikt worden, zowel die met één thaler als die waar je ook twee thalers mee kan verdienen. Vanaf nu is er geen reservestapel met bonenthalers maar wordt het basis oogstprincipe uit Boonanza aangeleerd: wanneer je oogst hou je één (of twee) kaarten die je omdraait als bonenthaler en leg je enkel de overige kaarten op de aflegstapel. Om alles in goede banen te leiden krijgen de speler(tje)s in deze fase een derde bonenveld ter beschikking. In een volgende stap is het gedaan met de regel waarbij je verschillende soorten op één veld mag planten. Als je een kaart wilt/moet planten die je nog niet bezit dan zit er niets anders op dan een bestaand veld te oogsten, ook al verdien je daar deze keer geen thalers mee… In een volgende stap krijg je het derde bonenveld niet meer automatisch maar zal je het moeten aankopen voor drie thaler, en in de voorlaatste stap worden de kaarten op hand genomen en liggen ze niet meer zomaar op tafel. Tenslotte wordt de regel bijgevoegd waarbij je een veld dat maar uit één boon bestaat niet mag oogsten wanneer je op één van je andere velden meer bonen geplant hebt. Na deze stap zijn de jonge moestuiniers klaar voor het echte spel. Je kan deze junior variant naar believen combineren met het basisspel.

Onze mening

Dat er – eindelijk – een junior versie verschijnt voor Boonanza kunnen we alleen maar toejuichen, maar dat hadden jullie wellicht al kunnen voorspellen. De leeftijdsaanduiding 4+ lijkt ons op het eerste zicht jong, maar we konden het (nog) niet proberen met iemand van die leeftijd. We speelden de gemakkelijkste versie met kinderen van 7 jaar en ouder, zij waren alvast grote fans van deze Boonanza. Je merkte wel dat ze het zeer snel onder de knie hadden en al snel klaar waren voor een volgende stap, dus je kan er zeker wel vroeger mee beginnen. Het is duidelijk voelbaar dat deze variant mede door pedagogen ontwikkeld is, het zit geweldig in elkaar. Ze leren de basisregels van Boonanza, dankzij de openliggende kaarten kan je hen perfect helpen en tips geven. De kinderen krijgen ook wat inzicht, ze weten al snel welke bonen beter zijn dan anderen en leren ook beter onderhandelen. De verschillende stappen om het basisspel aan te leren zijn heel goed gevonden. Enerzijds lijken het kleine stapjes, anderzijds zijn ze gewoon compleet. Als je kinderen enthousiast zijn over deze versie kunnen ze voor je het al te goed beseft meespelen met de volwassenen. Het materiaal is naar ons mening iets minder kindvriendelijk. De briefjes die de bonenvelden moeten voorstellen zijn vrij dun en zien snel af, we hadden liever een iets dikker karton gezien daarvoor. De tekeningen zijn – zoals altijd – heel leuk en mooi. Wat extra goed is in deze versie is dat de tekeningen zowel meisjes als jongens aanspreken. Er zijn namelijk prinsessenbonen, maar even goed draken! Een klein nadeel is wellicht dat je minstens met 3 moet zijn, maar dat is ook met het basisspel al zo. Bovendien kan je de (jongste) kinderen best niet alleen laten spelen, ze kunnen in het begin best wel wat hulp van een volwassenen gebruiken. Helaas is dit spel (nog) niet in het Nederlands verkrijgbaar en zal je best wat moeite moeten doen om de Duitse versie te bemachtigen. Als je zelf de spelregels onder de knie krijgt is deze variant wel perfect te spelen met de kinderen, op de kaarten en/of velden is namelijk geen woordje tekst te bespeuren. De verschillende bonen krijgen vanzelf hun bijnaam, al snel klinkt de vraag “Wil je die boef ruilen tegen mijn koning?”. Wij zijn alvast meer dan overtuigd van dit kinderspel, wees maar zeker dat dit hier binnen een kleine vier jaar nog vaak op tafel zal verschijnen!

Conclusie: Mein erstes Bohnanza is niet alleen een ideale opstap naar het basisspel Boonanza, maar is ook gewoon een heel leuk en leerrijk kaartspel voor kinderen!

BohnanzaMein erstes Bohnanza

Auteurs: Heike Kiefer, Hayo Siemsen & Uwe Rosenberg
Uitgever: Amigo Spiele
Aantal spelers: 3 – 5
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar