MENU
»
S
I
D
E
B
A
R
«

Mijn lichaam
16 apr 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Mijn lichaam De kinderen in de klas krijgen vandaag bezoek, zuster Sara komt langs en zal hen alles leren over het menselijke lichaam! De kinderen zullen haar meerdere vragen stellen, over de spieren, de ogen, de oren, de tanden en nog veel meer. Zuster Sara zal alle vragen met plezier beantwoorden en verduidelijken met afbeeldingen, bovendien heeft ze voor jullie heel wat oefeningen voorzien om al die theorie beter te begrijpen.

Aan het begin kiezen alle spelers een spelerskleur en één van de drie niveaus, het is perfect mogelijk dat de kinderen op een gemakkelijker niveau spelen en de volwassenen het expertniveau kiezen. Vervolgens is zuster Sara aan het woord en legt ze uit wat er gaat gebeuren… het meisje met de bril daar achteraan, had je een vraag? Één van de 14 verschillende leerlingen stelt vervolgens een vraag, waarna zuster Sara vol enthousiasme uitlegt hoe alles in z’n werk gaat. Je vroeg je af waarom sommige mensen beter kunnen zien dan anderen? Het zou zuster Sara niet geweest zijn als ze daar geen oefening voor voorzien had, zet het testkaartje tegen de muur en ga allemaal op een lijn staan. “Speler rood, staat er op de gele lijn een maan, of niet?” Voor de leerling die een vraag had over de spieren heeft ze een zoek- en reactiespel voorzien: verspreid de gekleurde fiches over de ruimte, zuster Sara zegt een kleur en jij moet zo snel mogelijk naar dat fiche lopen en het aantikken: zo gebruik je vast en zeker heel wat spieren! De gevorderden onder jullie mogen op zoek naar de spieren, kan jij de buikspieren aanduiden? En de quadriceps? Ook als het over de botten gaat worden de gevorderden vast en zeker op de proef gesteld, weet je het jukbeen en de ellepijp te vinden op het skelet? Zuster Sara leert de kinderen ook hoe belangrijk het is om de tanden te poetsen, weet jij het verschil tussen de snijtanden en de kiezen? Bewijzen maar!

Voor elke opdracht krijgen de leerlingen punten, aan het einde van de dag kan je maximaal 10 punten verdiend hebben. Hoeveel punten heeft iedereen behaald en wie is uiteindelijk de beste leerling van de klas? Zuster Sara zal het aan het einde wel vertellen, maar… meedoen is belangrijker dan winnen, toch? Geen enkel onderwerp blijft geheim, maar op één schooldag kan je uiteraard niet alles over het menselijke lichaam leren. De volgende keer dat je naar school komt (= het spel opnieuw speelt) krijg je vast en zeker nieuwe onderwerpen voorgeschoteld, want ook over de smaak, de voedingspiramide, gevoelens, virussen en nog veel meer heeft zuster Sara leuke lessen voorbereid.

Onze mening

Na de speelsessies van De monsterlijke muziekschool waren wij en onze kleine testspelers erg enthousiast over het tiptoi-gebeuren en keken we er dus naar uit om nog meer van deze spellen te proberen. Tijdens een speelsessie van ‘Mijn Lichaam’ kan je kiezen tussen een lange variant met vragen van de kinderen en veel uitleg, of een korte variant. De eerste keer kozen we helaas voor de lange variant, maar daar kregen we later spijt van. In deze variant lijkt het wel alsof je langer zit te luisteren naar wat theorie dan dat je eigenlijk aan het spelen bent, de vragen en de uitleg zijn dan wel heel leerrijk maar het draait tenslotte wel om het spel. Dit had tot gevolg dat onze kleine testspeler zijn aandacht er maar erg moeilijk bij kon houden en de conclusie was duidelijk: wat een saai spel. Het verbaast je dus niet dat hij vervolgens liever andere spellen uit de kast zocht en ‘Mijn lichaam’ links liet liggen? De volgende keren speelden we het lichaam dan maar met ons twee om het verder uit te testen, en wat bleek? De korte variant is ontzettend veel leuker, dan pas heb je echt het gevoel dat je een spel speelt, ook al leer je terwijl bij over het lichaam. De vragen en de overbodige theorie blijven nu achterwege, enkel de oefeningen schieten over. De ene oefening is al wat leuker dan de andere, ook de moeilijkheidsgraad verschilt. Bovendien krijg je steeds andere oefeningen. We raden iedereen dan ook aan om gewoon meteen die korte variant te spelen om te vermijden dat de kinderen het spel bestempelen als een saai spel, want het kan dus ook anders.

Aan het einde worden alle punten luidop gezegd, je hoort bijvoorbeeld luidop dat de ene spelers slechts 2 punten scoorde en de anderen 7 en 8. Dat zorgt voor een kleine domper op het verhaal, wij hadden liever enkel de winnaar gehoord zonder punten… het is tenslotte toch een spel en geen échte school? Het materiaal laat het deze keer helaas ook afweten: de 14 plaatjes met kinderen en oefeningen zijn van erg dun materiaal. Onze ervaring met dit (en de andere tiptoi-spellen) leert ons dat de kinderen erg hard op de tiptoi pen duwen, maar terwijl dit met de andere spellen geen kwaad kan laat de pen op deze dunne briefjes een serieuze deuk achter. Na één speelsessie kan je perfect zien welke oefeningen gedaan zijn en welke niet. Jammer dat er al zo snel beschadiging is van het materiaal, en dat terwijl er volwassenen meespeelden, wat moet dat zijn als je de kinderen alleen met dit spel laat spelen? De leeftijdsaanduiding “4 – 7” vormt ook bij dit tiptoi-spel een groot vraagteken. Voor een 6 à 7-jarige gaat het goed op het gemakkelijkste niveau, dankzij de verschillende niveaus kunnen ook oudere kinderen hier plezier aan beleven, maar wij zullen het zeker niet op tafel leggen met een 4-jarige.

Conclusie: De korte spelvariant is erg leuk en bovendien ook leerzaam.

Mijn lichaam

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

Mijn lichaam

Auteurs: Inka & Markus Brand
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

De monsterlijke muziekschool
10 mrt 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Hartelijk welkom in de monsterlijke muziekschool, monsters en monsteressen! Wil je graag meedoen aan het grote muziek concours? Dan kan je best nog even wat lessen volgen in deze superleuke muziekschool, je leert er luisteren, zingen, dictee, het herkennen van de verschillende klanken en instrumenten,… De tiptoi stift leidt jullie – in naam van Chromaticus musicus de XIIde, ook wel genaamd ‘directeur Krokus’ – doorheen het spel. Vooraleer je dit spel kan spelen moet je dus niet alleen het spel kopen, maar ook de tiptoi pen!

Nadat het speelbord werd klaargelegd kiezen alle spelers één van de bands uit, ze hebben elk hun eigen genre en naam: de Rocky Rockers, de Luna-Latin band, de Folky Folks, de Jazzy Jazzers en de Poppy Poppers! Iedereen meldt zich aan door op zijn band te tikken, na het welkomstwoordje van directeur Krokus laat elke band alvast horen wat ze in huis hebben. “Stop, stoop, stoooop!” roept directeur Krokus, wat een ellende voor zijn pluizige monster oren, jullie hebben duidelijk nog wat oefening nodig! De directeur zal doorheen het spel een rondleiding geven in zijn muziekschool, elke leerling-band heeft recht op twee lessen, maar vooraleer je in het klaslokaal geraakt zal je eerst naar de toonladder trap moeten luisteren om te horen in wélk klaslokaal je moet zijn. Hij speelt eerst de noot waarop hij staat (aan het begin: de DO (C). Vervolgens speelt hij de noot van de trap waar hij heen gaat (RE – MI – FA – SOL – LA – SI – DO). Heb je het verkeerd? Geen probleem, Krokus helpt je wat door te zeggen of je hoger of lager moet zijn. Als het echt niet lukt dan helpt Krokus je wel verder … oefening baart kunst! Éénmaal gearriveerd in het klaslokaal moet je goed opletten en krijg je een opdracht.

In ‘Het klassieke muzieksalon’ vertelt Professor Weetal over zijn favoriete, klassieke composities. Hij laat je luisteren naar de muziek: “Hoor jij hoe vaak de koekoek wordt uitgebeeld in dit fragment van Saint-Saens?”, “Hoor je de regendruppels in dit pianowerk van Chopin?” of “Klinkt dit muziekstuk vrolijk of droevig?”. Elke keer je in zijn lokaal komt heeft hij weer iets anders voor je klaar! In de Instrumentenwerkplaats leert de handige Renovatio Priegelaar je bij over de instrumenten: hij laat je een instrument horen en jij moet raden het welke. Soms vraagt hij je ook om alle instrumenten van een bepaalde groep (bvb. strijkers of tokkelinstrumenten) te zoeken, of instrumenten aan te duiden die bij elkaar horen. In het zanglokaal moet je leren zingen: Polyvoks Duizendzang zingt samen met het Mini-Monster-Koot een melodie voor, kan jij het goed nazingen? Ze zal soms ook vragen of je een liedje herkent, zij speelt de begeleiding (zonder dat er gezongen wordt) en jij moet op het bijhorende doe-bordje aanduiden over welk liedje het gaat! In de geluidsstudio van Presto Wervelwind leer je luisteren naar de verschillende klanken op de xylofoon. Presto speelt twee noten, was de tweede noot hoger of lager dan de eerste? Of hij speelt een toon op de xylofoon, en jij moet hem naspelen. Misschien moet je wel een mini-partituur nemen en het liedje naspelen of mag je gewoon naar hartelust improviseren. In het slagwerklokaal leert Batavius Paukenslag je de kneepjes van het vak: trommel het juiste ritme na, en vergeet de rusten niet! Af en toe traint hij ook je geheugen, hij noemt een kleur en jij speelt op de trommel van die kleur. Daarna noemt hij nog een kleur, en sla jij eerst op de eerste, daarna op de tweede trommel enzovoort. Hoe lang kan jij deze trommelketting onthouden? Tenslotte heb je nog het geluiden lokaal met de kleine Fonibert Luistervink, hij laat je geluiden horen en jij moet klikken op wat je hoort. Andere keren laat hij vier verschillende geluiden horen en moet jij zeggen welk er niet bij past, of juist welke geluiden wél bij elkaar horen! Hij heeft altijd een nieuwe opdracht voor je klaar!

Oeps, wat vliegt de tijd! Het is tijd voor de finale van het grote monster muziek concours! Gauw het podium op, Krokus: kondig onze fantastische leerlingen-bands maar aan! Elke band maakt zich klaar voor het grote optreden, hoe beter je tijdens de lessen hebt gepresteerd, hoe beter je optreden zal zijn. Wie heeft de meeste punten verdiend en krijgt het grootste applaus? Aan het einde van het concours zal directeur Krokus de winnaar bekend maken. Hartelijk gefeliciteerd! En niet vergeten: oefening baart kunst.

Onze mening

Aan het begin waren we vooral gefascineerd door de werking van de tiptoi, het is ongelooflijk hoe de stift je doorheen dit spel leidt. In de ‘ontdekkingsmodus’ vertelt de stift je niet alleen de naam van alles wat je ziet op het bord, maar ook wat meer informatie en hij laat zelfs horen hoe dat instrument klinkt! Je kan spelen op de xylofoon en de toonhoogtes die je hoort zijn correct. Het spel zelf is ook heel indrukwekkend in elkaar gestoken, er is aandacht voor vele dingen die in het muziekonderwijs worden aangeleerd. Elke keer je het spel speelt krijg je andere opdrachten, zelfs in de 8ste speelsessie kregen we nog opdrachten die we nog niet eerder hadden gehoord. De ene opdracht is al wat interessanter dan de andere, neem bijvoorbeeld de luisteropdrachten in het klassieke muzieksalon. Soms vertelt Professor Weetal eerst over een muziekstuk, hij laat je vervolgens de karakteristieke maat meetellen. Een andere keer moet je tellen hoeveel keer je ‘de koekoek’ hoort… Bij deze opdrachten gaan de kinderen actief luisteren, bij andere opdrachten is dat wat vager. Nog betere opdrachten zijn die waarbij je moet luisteren en achteraf zeggen of het feestje vrolijk verder ging of abrupt ten einde kwam: de kinderen leren dus bewust te luisteren. Als pianolerares kan ik dit soort spellen alleen maar aanbevelen, het is heel leerrijk en toch op een heel leuke manier gebracht zodat de kinderen amper beseffen dat ze iets bijleren. Anderzijds is het spel zeker niet eenvoudig, de leeftijdscategorie “4 – 7” is niet helemaal correct. Vanaf 4 jaar is heel jong voor dit spel, de maximumleeftijd 7 had er al helemaal niet moeten staan want ook een 9-jarige kan hier nog veel plezier mee beleven én veel uit leren. Maar koop jij een spel voor je 7-jarige zoon, met die maximumleeftijd op de doos?

We speelden het spel in de muziekles en de meeste kinderen vonden het geweldig. Je hoeft niets uit te leggen, de stift zegt steeds heel duidelijk wat je moet doen en hoe het in zijn werk gaat. Ook voor mij als lerares was het interessant om te zien wat de leerlingen wel/niet kunnen. In een thuis-situatie gaat die vele uitleg soms wel eens tegensteken, je hoeft niet opnieuw te horen dat Presto Wervelwind vele armen heeft en monsterlijk goed xylofoon kan spelen, je wilt liefst van al gewoon horen wat je moet doen. Een tweede speelsessie heeft dus enerzijds het voordeel dat je andere opdrachten krijgt en het spel steeds anders is, anderzijds het nadeel dat het nogal gauw langdradig wordt. Je kan de uitleg wel overslaan, maar dan heb je ook vaak de opdracht gemist en dat kan niet de bedoeling zijn. Het spel neemt wel een half uurtje in beslag, maar doordat je continu aan de slag bent beschouwen de meeste kinderen dit niet als ‘te’ lang. In een thuis-situatie is de ontdekkingsmodus dan weer heel interessant: laat de kinderen gewoon wat typen op het bord, ze leren de instrumenten kennen, op de xylofoon spelen, liedjes herkennen, … Ze kunnen helemaal alleen bezig zijn en ze kunnen het spel ook helemaal alleen spelen. Of je doet weer mee nadat ze een tijdje hebben zitten zoeken, wees maar zeker dat ze het nu al wat beter zullen kunnen!

Conclusie: De monsterlijke muziekschool is top om de kinderen al spelend wat muzikale kennis bij te brengen.

Monsterlijke Muziekschool

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

De monsterlijke muziekschool

Auteur: Kai Haferkamp
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

Tutti Frutti
21 dec 2014 door Ralda

Spelbeschrijving

In Tutti Frutti gaan de kinderen elk hun eigen fruitcocktail samenstellen. Zoek snel de andere helft van jouw stukje fruit en leg het correct op je stapel. Wie maakt de hoogste toren zonder fouten?

Aan het begin van het spel worden de 48 dubbelzijdige plaatjes verspreid op tafel gelegd. Alle spelers mogen één fiche nemen om het spel mee te beginnen. Van zodra één speler start roept kan iedereen op tafel beginnen zoeken naar een passend fiche. Je zal dezelfde tekening moeten zoeken als op één van de zijdes van jouw fiche, je moet het nieuwe plaatje vervolgens zo op je vorige stapelen dat de gelijke tekeningen tegen elkaar zitten. Op die manier spelen de spelers, tegelijkertijd, verder in de hoop een zo hoog mogelijke stapel te maken! Als je niet meteen een passend fiche vindt mag je de fiches op tafel uiteraard omdraaien. Als alle plaatjes op tafel op zijn of als geen enkele speler nog verder kan eindigt het spel. De hoogste stapel wordt als eerste gecontroleerd, als alles juist blijkt te zijn dan wint deze speler, anders worden de andere stapels gecontroleerd tot wanneer er een winnaar uit de bus komt.

Onze mening

Tutti Frutti is een kinderspel vanaf 4 jaar. Het zoeken naar de juiste fiches stimuleert het observatievermogen van kleine kinderen, maar met zo’n aantal fiches lijkt dat toch niet zo evident. Daarnaast is het ook het reactievermogen van groot belang, want diegene die de hoogste (én correcte!) stapel kan maken wint het spel. Dit soort spelletjes is goed om kinderen te stimuleren, maar het zijn wel spellen die kinderen onderling moeten spelen, liefst kinderen van dezelfde leeftijd. Een zesjarige is veel sneller dan een vierjarige, en als een achtjarige meedoet vinden de kleinere kinderen het niet meer leuk omdat ze geen schijn van kans maken. Tutti Frutti viel niet echt in de smaak bij de kinderen waar wij het mee gespeeld hebben, aangezien het steeds dezelfde (de oudste) was die won. Misschien is het wel een idee voor in de kleuterklas, waar alle kinderen dezelfde leeftijd hebben en op hetzelfde niveau zitten.

Conclusie: Tutti Frutti stimuleert het reactievermogen van de allerkleinste spelers!

Tutti Frutti

Met dank aan Gigamic!

Met dank aan Gigamic!

Tutti Frutti

Auteur: Theora Concept
Uitgever: Gigamic
Aantal spelers: 2 – 6
Tijdsduur: ± 10 min.
Vanaf 4 jaar

Parado
14 sep 2014 door Ralda

Spelbeschrijving

Afbeeldingsresultaat voor sunnygames paradoWelk kind houdt nu niet van verkleedfeestjes en een leuke stoet? Nu kan je gewoon het coöperatieve spel ‘Parado’ op tafel leggen in plaats van een koffer vol verkleedkledij boven te halen! In Parado zullen alle spelers enkele kinderen verkleden met behulp van dobbelstenen en een heleboel leuke accessoires, probeer dit bovendien te doen voordat de knuffelberen-jury arriveert!

Als je aan de beurt ben rol je de twee kleurendobbelstenen, deze bepalen vervolgens welke kleuren verkleedkaarten dat je moet nemen. Om een nieuw kindje te verkleden beginnen we altijd met het hoofd, daarna het lichaam en tenslotte de benen. Je mag beide verkleedkaarten zelf houden maar je kan er voor kiezen om deze aan één van je medespelers te geven, want misschien kan een andere speler die wel beter gebruiken dan jijzelf! Als je kindje helemaal verkleed is kan je uit de schatkist nog twee leuke accessoires kiezen. Als je één dobbelsteen niet kan gebruiken omdat de verkleedkaarten in die kleur uitgeput zijn dan neem je enkel de kleur die wel beschikbaar is, maar als beide kleuren uitgeput zijn dan wordt er een bezoekerskaart omgedraaid en zit de eerste knuffelbeer dus al te wachten op de show!

Het spel eindigt wanneer de zes bezoekers aanwezig zijn of wanneer alle kindjes verkleed zijn. Als alle kindjes verkleed zijn voordat het laatste jurylid arriveerde dan winnen alle spelers samen het spel en volgt de parade, als de kinderen nog niet helemaal klaar zijn dan verliezen we helaas het spel. Na een overwinning volgt de gekste stoet ooit, alle verklede kindjes worden één voor één naar het midden van de tafel geschoven terwijl we een leuk verhaaltje verzinnen over dat kindje. Zo zien we misschien een voetballer in een jurk die uitglijdt op een bananenschil of een politieagent dat zelf het tenue van een gevangene aanheeft en in het gips ligt, …

De zes juryleden kunnen uiteraard ook vervangen worden door echte knuffels en voor een moeilijkere variant kan je proberen met drie juryleden te spelen.

Onze mening

Toen we de spelregels van Parado de eerste keer lazen dachten we dat het spel niets zou voorstellen, het was dan wel vanaf vier jaar, maar dit is wel héél eenvoudig. Toen we het met kinderen speelden veranderden we al snel van inzicht, in dit spel wordt het meer dan duidelijk dat de kinderen echt wel moeten samenwerken om het te halen voordat de jury arriveert! Je kan dan wel overleggen en zeggen dat iemand anders die verkleedkaart beter kan gebruiken, maar sommigen zijn toch zo ‘egoïstisch’ dat ze het liever zelf willen houden, ook al is de kans daardoor groot dat iedereen het spel verliest. De kinderen moeten dus echt leren om mekaar te helpen! Op het einde komt er toch zeker ook wat geluk bij kijken, wanneer er slechts één of twee kleuren over zijn dobbel je natuurlijk gemakkelijk twee kleuren waar je niets mee kan doen, zo komen er steeds meer juryleden. Uiteraard blijft het een eenvoudig spel, zeker voor volwassenen, maar voor jonge kinderen is het best een uitdaging!

Na een overwinning volgt de gekke parade en het lijkt dan alsof een tweede, totaal ander spel begint. Hoe creatiever de kinderen, hoe leuker! Het valt nu duidelijk op wie creatief is en de gekste verhaaltjes verzint over drie eenvoudige verkleedkaartjes en wie niet. Het bracht ons wel wat uit onze comfortzone, maar de kinderen zijn er gek op en ze onthouden het al gauw als één van hun favoriete spelletjes! Ook dit speelden we weer met een groep mensen met een mentale handicap en ook bij hen konden we hetzelfde merken als bij de kinderen. Wat ons nu het meeste verbaasde was dat niet alleen de spelers hier plezier aan beleefden maar dat ook wij erg veel hebben bijgeleerd over het karakter van de spelers!

Conclusie: Parado is een verrassend leuk spel om kinderen hun creativiteit aan te wakkeren en hen te leren samenspelen!

Met dank aan Zonnespel!

Met dank aan Zonnespel!

Parado

Auteur: Jouke Korf
Uitgeverij: Zonnespel
Tijdsduur: ± 20 min.
Aantal spelers: 2 – 6

Vanaf 4 jaar

© Spellenmolen junior