MENU
»
S
I
D
E
B
A
R
«

Kobe speelt ‘Max de kat’
18 Okt 2018 door Ralda

Kobe (3j.) speelt Max de Kat!

Kobe (3j.) speelt Max de Kat!

Max de Kat is een ouwe klassieker die vorig jaar in een nieuw jasje gestoken werd. Kobe zag het 3D-bord en leek het al leuk te vinden nog voor hij de spelregels kende. Die maken het alleen maar spannender: eekhoorn, vogel en muis zijn op weg naar een veilig plekje bij de boom maar worden achtervolgd door een hongerige kater. Slagen jullie erin om de drie dieren gezond en wel naar hun schuilplaats te brengen?

Als je aan de beurt bent dobbel je met de twee dobbelstenen. Voor elke groene bol mag je een klein dier (eekhoorn/vogel/muis) naar keuze verplaatsen, voor elke zwarte bol verplaats je de kat. Stapvoets gaan de dieren richting hun schuilplaats, en af en toe kunnen ze elk hun eigen sluipweg nemen om iets sneller vooruit te gaan. Eenvoudig genoeg om meteen onder de knie te hebben, maar toch: zorg je ervoor dat alle dieren op tijd en stond uit de buurt van de kater blijven? Of neem je het risico om je favoriete dier sneller naar de boom te loodsen? Kobe is van de voorzichtige aard en probeert iedereen steeds in veiligheid te brengen.

Drie keer in het spel kunnen we Max de kat terugroepen voor iets lekkers, Kobe gaat hier volledig in op en zegt dan: “Komkomkom poesje, ik heb lekkere melk voor jou!”. Quasi elke keer is het super spannend tot het bittere eind. We werken allemaal samen, want in dit spel winnen of verliezen we allemaal samen.

Wat Max de Kat zo goed maakt is de combinatie tussen het eenvoudige spelprincipe, het goede thema en de mooie lay-out. En het coöperatieve element is natuurlijk altijd leuk, voor jong en oud. Max de kat is één van Kobe’s favoriete spellen!

Afbeeldingsresultaat voor max de kat Max de kat, Sunnygames, 1-8 spelers, 15min, vanaf 4 jaar

Share Button
Clown Face
28 Feb 2016 door Ralda

Spelbeschrijving

pic2906157_mdWe gaan op zoek naar de juiste kleur en het juiste lichaamsdeel. Maar let goed op, want de hoofdclown maakt het je niet gemakkelijk, hij toont drie kaarten met verschillende afbeeldingen, in de hoop dat iedereen zo verward geraakt. De derde kaart is de juiste en zal aangeven op welke kaarten de andere clowns hun handen moeten leggen. Heb je het goed gezien of heb je je laten vangen?

De hoofdclown draait steeds drie kaarten om van de (dubbelzijdig bedrukte) stapel, enkel de derde kaart toont de nieuwe opgave. Elke kaart heeft een bepaalde kleur en een lichaamsdeel. Alle clowns proberen als eerste hun handen op de juiste combinatie te leggen: het correcte lichaamsdeel én de correcte kleur. Als er een clown op het kaartje staat moet je ook de kleur van zijn hoedje aanduiden. Als jij er in slaagt om als eerste de juiste combinatie aan te duiden krijg je deze drie kaarten als beloning én word je de nieuwe hoofdclown. Onthoud wel dat je als hoofdman niet mag deelnemen, de enige manier om als hoofdclown punten te verdienen is door je medespelers héél goed te verwarren. Elke clown die namelijk een verkeerde combinatie aanduidde zal jou een eerder verworven kaart moeten geven.

Het spel eindigt als de trekstapel uitgeput is. De speler met de meeste kaarten wint het spel.

Onze mening

De leeftijdsaanduiding 4+ maakt ons al meteen duidelijk dat Clown Face vooral voor kinderen bedoeld is. Het spel heeft veel elementen uit andere spellen, het doet ons ook denken aan Gloobz. Toch zijn er een aantal kleine elementen die Clown Face toch nog anders maken: dat de hoofdclown niet mag deelnemen, het verwarrings-element met de drie kaarten, … De kinderen waar wij geregeld mee spelen krijgen maar geen genoeg van dit soort reactiespellen, vaak kunnen ze het ook veel beter dan je aanvankelijk zou denken. We speelden Clown Face ook met een groep volwassenen met een mentale handicap, ook zij waren heel enthousiast over dit gekke spelletje. Als volwassenen is de herspeelbaarheid niet zo groot en kinderen wisselen natuurlijk graag af van spelletje, toch is Clown Face een spel waar ze regelmatig naar zullen vragen.

Conclusie: Een klein doosje, mooie illustraties en eenvoudige spelregels: meer moet dat niet zijn!

pic2906155_mdClown Face

Met dank aan White Goblin Games!

Met dank aan White Goblin Games!

Auteur: Inon Kohn
Uitgever: White Goblin Games
Aantal spelers: 3 – 6
Tijdsduur: ± 10 min.
Vanaf 4 jaar

Share Button
Mein erstes Bohnanza
05 Sep 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Vanaf nu kan je Boonanza ook met je kleinste vriendjes spelen, “Mein erstes Bohnanza” is voor spelers vanaf vier jaar. Beginnend met een erg vereenvoudigde variant leren de kinderen de eerste basisregels van Boonanza. Wanneer je die basisregels eenmaal onder de knie hebt is het tijd voor een volgende stap die een klein tikkeltje moeilijker is. Zo kunnen de kleinste Boonanza fans al na zes stappen meespelen met het originele spel. Maar laat ons beginnen bij het begin:

In deze vereenvoudigde variant krijgen alle spelers vijf bonenkaarten, deze worden niet op hand genomen maar komen open op tafel te liggen. Heel belangrijk: de volgorde van deze kaarten mag je NOOIT veranderen, meteen één van de belangrijkste spelregels van Boonanza. Elk van deze kaarten heeft een zogenaamde boon-o-meter, je vindt er namelijk hoeveel van dat type kaarten je nodig hebt om één thaler te verdienen. Als je aan de beurt bent plant je jouw eerste kaart op één van je twee velden, als je wil/kan, mag je ook je tweede kaart nog aanplanten. Vervolgens leg je twee kaarten (van de trekstapel) open op tafel, je kan nu beginnen ruilen met je tegenstanders. Je mag de twee opengelegde kaarten én je persoonlijke kaarten te ruil aanbieden, vergeet daarbij niet te vermelden wat je graag in de plaats had gehad. Je mag met iedereen ruilen, maar je tegenstanders mogen niet onderling ruilen, de actieve speler moet steeds in de ruil betrokken zijn. Je mag de opengelegde kaarten ook schenken, indien iemand kandidaat is om ze te aanvaarden. Alle kaarten die je via ruil ontvangt (dat geldt ook voor je tegenspelers) moeten meteen op je velden geplant worden. Één ding is zeker: de twee kaarten in het midden van de tafel moeten gepland worden. Of je plant ze zelf, of je ruilt ze met een medespeler. Bij het planten probeer je steeds éénzelfde soort op elkaar te planten, van zodra je het vermelde aantal kaarten hebt bereikt worden deze bonen automatisch geoogst (= weggenomen), in ruil daarvoor krijg je één bonenthaler van een aparte stapel. Indien je toch een kaart moet planten die je niet op je velden hebt liggen mag die daar gewoon bovenop, maar je begint dan – in die nieuwe soort – wel opnieuw te tellen tot wanneer je het vermelde aantal hebt bereikt. Om je beurt af te ronden neem je drie nieuwe kaarten voor je persoonlijke voorraad. Het spel eindigt nadat de stapel één, twee of drie keer leeg is, afhankelijk van het spelersaantal. De speler met de meeste thalers wint het spel.

In een tweede fase doen enkel bonenkaarten mee met een iets uitgebreidere boon-o-meter. Je zal nu beslissingen moeten maken: doe ik mijn bonen weg voor één thaler, of spaar ik nog een klein beetje langer om twee thalers te ontvangen? Je hebt bij al deze bonen namelijk twee opties. In een volgende fase kunnen alle bonen samen gebruikt worden, zowel die met één thaler als die waar je ook twee thalers mee kan verdienen. Vanaf nu is er geen reservestapel met bonenthalers maar wordt het basis oogstprincipe uit Boonanza aangeleerd: wanneer je oogst hou je één (of twee) kaarten die je omdraait als bonenthaler en leg je enkel de overige kaarten op de aflegstapel. Om alles in goede banen te leiden krijgen de speler(tje)s in deze fase een derde bonenveld ter beschikking. In een volgende stap is het gedaan met de regel waarbij je verschillende soorten op één veld mag planten. Als je een kaart wilt/moet planten die je nog niet bezit dan zit er niets anders op dan een bestaand veld te oogsten, ook al verdien je daar deze keer geen thalers mee… In een volgende stap krijg je het derde bonenveld niet meer automatisch maar zal je het moeten aankopen voor drie thaler, en in de voorlaatste stap worden de kaarten op hand genomen en liggen ze niet meer zomaar op tafel. Tenslotte wordt de regel bijgevoegd waarbij je een veld dat maar uit één boon bestaat niet mag oogsten wanneer je op één van je andere velden meer bonen geplant hebt. Na deze stap zijn de jonge moestuiniers klaar voor het echte spel. Je kan deze junior variant naar believen combineren met het basisspel.

Onze mening

Dat er – eindelijk – een junior versie verschijnt voor Boonanza kunnen we alleen maar toejuichen, maar dat hadden jullie wellicht al kunnen voorspellen. De leeftijdsaanduiding 4+ lijkt ons op het eerste zicht jong, maar we konden het (nog) niet proberen met iemand van die leeftijd. We speelden de gemakkelijkste versie met kinderen van 7 jaar en ouder, zij waren alvast grote fans van deze Boonanza. Je merkte wel dat ze het zeer snel onder de knie hadden en al snel klaar waren voor een volgende stap, dus je kan er zeker wel vroeger mee beginnen. Het is duidelijk voelbaar dat deze variant mede door pedagogen ontwikkeld is, het zit geweldig in elkaar. Ze leren de basisregels van Boonanza, dankzij de openliggende kaarten kan je hen perfect helpen en tips geven. De kinderen krijgen ook wat inzicht, ze weten al snel welke bonen beter zijn dan anderen en leren ook beter onderhandelen. De verschillende stappen om het basisspel aan te leren zijn heel goed gevonden. Enerzijds lijken het kleine stapjes, anderzijds zijn ze gewoon compleet. Als je kinderen enthousiast zijn over deze versie kunnen ze voor je het al te goed beseft meespelen met de volwassenen. Het materiaal is naar ons mening iets minder kindvriendelijk. De briefjes die de bonenvelden moeten voorstellen zijn vrij dun en zien snel af, we hadden liever een iets dikker karton gezien daarvoor. De tekeningen zijn – zoals altijd – heel leuk en mooi. Wat extra goed is in deze versie is dat de tekeningen zowel meisjes als jongens aanspreken. Er zijn namelijk prinsessenbonen, maar even goed draken! Een klein nadeel is wellicht dat je minstens met 3 moet zijn, maar dat is ook met het basisspel al zo. Bovendien kan je de (jongste) kinderen best niet alleen laten spelen, ze kunnen in het begin best wel wat hulp van een volwassenen gebruiken. Helaas is dit spel (nog) niet in het Nederlands verkrijgbaar en zal je best wat moeite moeten doen om de Duitse versie te bemachtigen. Als je zelf de spelregels onder de knie krijgt is deze variant wel perfect te spelen met de kinderen, op de kaarten en/of velden is namelijk geen woordje tekst te bespeuren. De verschillende bonen krijgen vanzelf hun bijnaam, al snel klinkt de vraag “Wil je die boef ruilen tegen mijn koning?”. Wij zijn alvast meer dan overtuigd van dit kinderspel, wees maar zeker dat dit hier binnen een kleine vier jaar nog vaak op tafel zal verschijnen!

Conclusie: Mein erstes Bohnanza is niet alleen een ideale opstap naar het basisspel Boonanza, maar is ook gewoon een heel leuk en leerrijk kaartspel voor kinderen!

BohnanzaMein erstes Bohnanza

Auteurs: Heike Kiefer, Hayo Siemsen & Uwe Rosenberg
Uitgever: Amigo Spiele
Aantal spelers: 3 – 5
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

Snuffie Hup Compact
18 Jul 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Goliath komt deze zomer met een compacte versie van het leuke Snuffie Hup. De bedoeling blijft hetzelfde: kies een worteltje en trek het uit de basis… maar pas op! Kies het juiste worteltje en voorkom dat Snuffie de lucht in vliegt! Als Snuffie omhoog springt tijdens jouw beurt ben je uit, alle andere spelers maken zich klaar voor een tweede ronde en duwen alle worteltjes (én Snuffie) terug in de basis. Op deze manier wordt er verder gespeeld tot er slechts één speler overblijft, deze speler is de winnaar!

Onze mening

Vorig jaar speelden we de normale versie Snuffie Hup al met ons jongste neefje. Het is zo’n eenvoudig en doelloos kinderspel dat gewoon leuk, spannend en mooi is. Meer hoeft het voor de jongste kinderen vaak niet te zijn. Los daarvan valt het gewoon niet te vergelijken met de meeste andere spellen op onze website: er is weinig inhoud of zit geen strategie achter, je neemt gewoon worteltjes. Deze compacte versie bevat geen losse onderdelen en is daardoor ideaal om mee te nemen op reis of om te spelen in de auto. Terwijl de wortels in de originele versie (voor de jongste kinderen) vrij moeilijk uit de basis te trekken zijn is dat hier niet het geval. Het is wel steeds dezelfde wortel die Snuffie de lucht in duwt, je moet dus echt de spelregels volgen en na het induwen van de wortels Snuffie enkele keren draaien zodat niemand nog weet welke wortel het was. Eens de kinderen dat doorhebben zijn er wellicht steeds deugenieten die op die manier zullen proberen vals spelen. Deze compacte versie is geen spel dat je steeds opnieuw op tafel zal leggen, maar toch is het een leuke afleiding voor op reis!

Met dank aan Goliath!

Met dank aan Goliath!

Snuffie Hup Compact

Uitgever: Goliath Games
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 5 min.
Vanaf 4 jaar

 

Dierenset Boerderij
17 Apr 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

BoerderijDit dierenset is een uitzondering op de andere spellen hier op onze website. In tegenstelling tot alle andere gezelschapsspellen moet je met dit dierenset helemaal alleen spelen, je krijgt opdrachten om de dieren te voederen of te verzorgen, of je krijgt opdrachtjes van de boer. Misschien moet je wel op zoek naar alle vogels of kan je een quiz doen om je kennis over de dieren wat bij te schaven. Niet veel ruimte om te spelen vandaag? Neem dan gewoon de speelfiguren, de tiptoi-pen en het kleine kartonnen besturingspaneel mee en je kan gewoon verder spelen.

In de doos vind je alles wat te maken heeft met het leven op de boerderij: het erf van de boer, een grote stal, een voederbak, voederfiches, strobalen, afsluitingen en uiteraard de drie dieren waar alles om draait: de koe Louisa, het veulen Junior en het varkentje Finn. Net zoals bij alle andere tiptoi-spellen kan je ook hier de modi ontdekken, weten en vertellen kiezen, maar wij testen uiteraard voornamelijk de vierde modus ‘spelen’. Je hebt deze keer keuze uit drie verschillende spellen: de rode, groene of blauwe ster. De rode ster brengt je een zoekspel, je zal heel de boerderij moeten uitkammen op zoek naar bepaalde voorwerpen. Voor één van de opdrachten zal je 10 vogels moeten zoeken en aanduiden, maar elke keer je het spel speelt zal je wellicht iets anders moeten zoeken! Achter de groene ster schuilen zorgspelletjes, je kiest met welk dier je wilt spelen en de pen zal vervolgens vertellen wat er nodig is. Misschien is je dier wel gewond? Dan zal de pen je vragen om eerst de verbandkoffer te halen in de stal en het dier vervolgens in de stal te verzorgen. Andere keren heeft een dier dorst, ga dan eerst op zoek naar de emmer, vind de tuinslang en vraag aan de boerin of ze even wilt helpen om de emmer te vullen! Telkens je dit spel kiest zal je een andere opdracht voorgeschoteld krijgen. Tenslotte heb je de blauwe ster voor de geluidenquiz, je tipt zoveel dieren aan als je wilt, je kan buiten de drie dieren in dit set namelijk ook nog extra dieren bij aanschaffen. De pen laat je nu de geluiden van de dieren horen, kan jij ze achteraf in de correcte volgorde weer aanduiden? Als dat goed lukt kan het uiteraard ook nog moeilijker, want soms laat de pen ook geluiden horen van dieren die deze keer niet meespelen, aan jou om goed te onthouden in welke volgorde de wél meespelende dieren aan bod kwamen!

Je kan ook met de speelfiguren apart spelen, en ook nu heb je keuze uit verschillende spellen. Misschien laat de pen je wel een hele tekening maken: heb je papier, potlood en kleurtjes bij de hand? De boer verteld wat er allemaal te zien is, laat je fantasie de vrije loop en tip op het dier als je klaar bent met tekenen, dan gaat de boer gewoon verder met tips van dingen die je nog aan de tekening kan toevoegen. Een ander spel laat je gedichtjes verzinnen, de pen leest twee regels uit een gedichtje voor, weet jij welke zin daar het beste achter past? Je kan uiteraard ook steeds een quiz doen over het bepaalde dier, de pen stelt een vraag en jij laat via het kartonnen besturingspaneel weten of het 1e of 2e antwoord correct is. De opdrachten zijn steeds verschillend, klaar om op ontdekking te gaan?

Onze mening

Dit spel hoort niet meteen bij het gamma van spellen dat we gewoonlijk testen, al vonden onze kleine neefjes het uiteraard wel heel leuk om met de boerderij te spelen. Het is alvast een spel waar de kinderen alleen en rustig mee bezig kunnen zijn, zeker een pluspunt! Anderzijds kan je bij het woordje ‘alleen’ toch wel wat vraagtekens plaatsen. Je speelt een spel, je krijgt een opdracht en als je alles gedaan hebt is het plots stil en weten de kinderen niet wat doen. “Wat moet ik nu doen?” De pen zegt niet eens dat het spel is afgelopen en je een nieuw spel kan beginnen, dat moet je dan maar zelf weten. Bovendien zijn de spelletjes zodanig kort, je moet 2 à 3 dingen aanduiden op de boerderij om vb. een dier te verzorgen en dan plots is het gedaan. Het had leuker geweest als de opdrachten elkaar zouden opvolgen en je het dier meteen kon gaan wassen of eten geven nadat je de wonde had verzorgd. Aangezien je steeds opnieuw een spel moet kiezen zijn ze het sneller beu. Bovendien kregen we de indruk dat de technologie voor dit spel nog niet 100% op punt staat, vaak werd het juiste antwoord gegeven en gaf de pen toch aan dat het fout was, of omgekeerd. Bovendien zou het leuk zijn als je er een uitleg bij krijgt, het antwoord op de quizvraag is fout, maar dan weet een kind nog niet waarom of welk antwoord het dan wél is. De dieren zijn van heel goede kwaliteit en spreken tot de verbeelding van de kinderen, zo spelen de kleinsten al erg graag met de mooie dieren, zelfs zonder de pen en alle opdrachten. Het kartonnen boerderij-gedeelte is dan weer minder, de stal valt gemakkelijk omver en wanneer ze het dan zelf weer willen recht zetten of de voederbak weer in elkaar willen knutselen beschadigen ze het karton ongewild. De hek-delen kunnen ook gebruikt worden als horden voor een springparcours, maar dat kan je beter niet doen met jonge kinderen want van zodra je de horde wilt opnemen vallen de twee kleine opzetters eraf. Je kan de kinderen toch moeilijk verbieden de horde op te nemen?

Conclusie: Een boerderij waar kinderen alleen mee kunnen spelen maar ons toch niet volledig kon overtuigen.

Dierenset Boerderij

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

Dierenset Boerderij

Auteurs: Benjamin Schreuder & Max Jung
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1
Tijdsduur: ± 5 min.
Vanaf 4 jaar

Mijn lichaam
16 Apr 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Mijn lichaam De kinderen in de klas krijgen vandaag bezoek, zuster Sara komt langs en zal hen alles leren over het menselijke lichaam! De kinderen zullen haar meerdere vragen stellen, over de spieren, de ogen, de oren, de tanden en nog veel meer. Zuster Sara zal alle vragen met plezier beantwoorden en verduidelijken met afbeeldingen, bovendien heeft ze voor jullie heel wat oefeningen voorzien om al die theorie beter te begrijpen.

Aan het begin kiezen alle spelers een spelerskleur en één van de drie niveaus, het is perfect mogelijk dat de kinderen op een gemakkelijker niveau spelen en de volwassenen het expertniveau kiezen. Vervolgens is zuster Sara aan het woord en legt ze uit wat er gaat gebeuren… het meisje met de bril daar achteraan, had je een vraag? Één van de 14 verschillende leerlingen stelt vervolgens een vraag, waarna zuster Sara vol enthousiasme uitlegt hoe alles in z’n werk gaat. Je vroeg je af waarom sommige mensen beter kunnen zien dan anderen? Het zou zuster Sara niet geweest zijn als ze daar geen oefening voor voorzien had, zet het testkaartje tegen de muur en ga allemaal op een lijn staan. “Speler rood, staat er op de gele lijn een maan, of niet?” Voor de leerling die een vraag had over de spieren heeft ze een zoek- en reactiespel voorzien: verspreid de gekleurde fiches over de ruimte, zuster Sara zegt een kleur en jij moet zo snel mogelijk naar dat fiche lopen en het aantikken: zo gebruik je vast en zeker heel wat spieren! De gevorderden onder jullie mogen op zoek naar de spieren, kan jij de buikspieren aanduiden? En de quadriceps? Ook als het over de botten gaat worden de gevorderden vast en zeker op de proef gesteld, weet je het jukbeen en de ellepijp te vinden op het skelet? Zuster Sara leert de kinderen ook hoe belangrijk het is om de tanden te poetsen, weet jij het verschil tussen de snijtanden en de kiezen? Bewijzen maar!

Voor elke opdracht krijgen de leerlingen punten, aan het einde van de dag kan je maximaal 10 punten verdiend hebben. Hoeveel punten heeft iedereen behaald en wie is uiteindelijk de beste leerling van de klas? Zuster Sara zal het aan het einde wel vertellen, maar… meedoen is belangrijker dan winnen, toch? Geen enkel onderwerp blijft geheim, maar op één schooldag kan je uiteraard niet alles over het menselijke lichaam leren. De volgende keer dat je naar school komt (= het spel opnieuw speelt) krijg je vast en zeker nieuwe onderwerpen voorgeschoteld, want ook over de smaak, de voedingspiramide, gevoelens, virussen en nog veel meer heeft zuster Sara leuke lessen voorbereid.

Onze mening

Na de speelsessies van De monsterlijke muziekschool waren wij en onze kleine testspelers erg enthousiast over het tiptoi-gebeuren en keken we er dus naar uit om nog meer van deze spellen te proberen. Tijdens een speelsessie van ‘Mijn Lichaam’ kan je kiezen tussen een lange variant met vragen van de kinderen en veel uitleg, of een korte variant. De eerste keer kozen we helaas voor de lange variant, maar daar kregen we later spijt van. In deze variant lijkt het wel alsof je langer zit te luisteren naar wat theorie dan dat je eigenlijk aan het spelen bent, de vragen en de uitleg zijn dan wel heel leerrijk maar het draait tenslotte wel om het spel. Dit had tot gevolg dat onze kleine testspeler zijn aandacht er maar erg moeilijk bij kon houden en de conclusie was duidelijk: wat een saai spel. Het verbaast je dus niet dat hij vervolgens liever andere spellen uit de kast zocht en ‘Mijn lichaam’ links liet liggen? De volgende keren speelden we het lichaam dan maar met ons twee om het verder uit te testen, en wat bleek? De korte variant is ontzettend veel leuker, dan pas heb je echt het gevoel dat je een spel speelt, ook al leer je terwijl bij over het lichaam. De vragen en de overbodige theorie blijven nu achterwege, enkel de oefeningen schieten over. De ene oefening is al wat leuker dan de andere, ook de moeilijkheidsgraad verschilt. Bovendien krijg je steeds andere oefeningen. We raden iedereen dan ook aan om gewoon meteen die korte variant te spelen om te vermijden dat de kinderen het spel bestempelen als een saai spel, want het kan dus ook anders.

Aan het einde worden alle punten luidop gezegd, je hoort bijvoorbeeld luidop dat de ene spelers slechts 2 punten scoorde en de anderen 7 en 8. Dat zorgt voor een kleine domper op het verhaal, wij hadden liever enkel de winnaar gehoord zonder punten… het is tenslotte toch een spel en geen échte school? Het materiaal laat het deze keer helaas ook afweten: de 14 plaatjes met kinderen en oefeningen zijn van erg dun materiaal. Onze ervaring met dit (en de andere tiptoi-spellen) leert ons dat de kinderen erg hard op de tiptoi pen duwen, maar terwijl dit met de andere spellen geen kwaad kan laat de pen op deze dunne briefjes een serieuze deuk achter. Na één speelsessie kan je perfect zien welke oefeningen gedaan zijn en welke niet. Jammer dat er al zo snel beschadiging is van het materiaal, en dat terwijl er volwassenen meespeelden, wat moet dat zijn als je de kinderen alleen met dit spel laat spelen? De leeftijdsaanduiding “4 – 7” vormt ook bij dit tiptoi-spel een groot vraagteken. Voor een 6 à 7-jarige gaat het goed op het gemakkelijkste niveau, dankzij de verschillende niveaus kunnen ook oudere kinderen hier plezier aan beleven, maar wij zullen het zeker niet op tafel leggen met een 4-jarige.

Conclusie: De korte spelvariant is erg leuk en bovendien ook leerzaam.

Mijn lichaam

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

Mijn lichaam

Auteurs: Inka & Markus Brand
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

De monsterlijke muziekschool
10 Mrt 2015 door Ralda

Spelbeschrijving

Hartelijk welkom in de monsterlijke muziekschool, monsters en monsteressen! Wil je graag meedoen aan het grote muziek concours? Dan kan je best nog even wat lessen volgen in deze superleuke muziekschool, je leert er luisteren, zingen, dictee, het herkennen van de verschillende klanken en instrumenten,… De tiptoi stift leidt jullie – in naam van Chromaticus musicus de XIIde, ook wel genaamd ‘directeur Krokus’ – doorheen het spel. Vooraleer je dit spel kan spelen moet je dus niet alleen het spel kopen, maar ook de tiptoi pen!

Nadat het speelbord werd klaargelegd kiezen alle spelers één van de bands uit, ze hebben elk hun eigen genre en naam: de Rocky Rockers, de Luna-Latin band, de Folky Folks, de Jazzy Jazzers en de Poppy Poppers! Iedereen meldt zich aan door op zijn band te tikken, na het welkomstwoordje van directeur Krokus laat elke band alvast horen wat ze in huis hebben. “Stop, stoop, stoooop!” roept directeur Krokus, wat een ellende voor zijn pluizige monster oren, jullie hebben duidelijk nog wat oefening nodig! De directeur zal doorheen het spel een rondleiding geven in zijn muziekschool, elke leerling-band heeft recht op twee lessen, maar vooraleer je in het klaslokaal geraakt zal je eerst naar de toonladder trap moeten luisteren om te horen in wélk klaslokaal je moet zijn. Hij speelt eerst de noot waarop hij staat (aan het begin: de DO (C). Vervolgens speelt hij de noot van de trap waar hij heen gaat (RE – MI – FA – SOL – LA – SI – DO). Heb je het verkeerd? Geen probleem, Krokus helpt je wat door te zeggen of je hoger of lager moet zijn. Als het echt niet lukt dan helpt Krokus je wel verder … oefening baart kunst! Éénmaal gearriveerd in het klaslokaal moet je goed opletten en krijg je een opdracht.

In ‘Het klassieke muzieksalon’ vertelt Professor Weetal over zijn favoriete, klassieke composities. Hij laat je luisteren naar de muziek: “Hoor jij hoe vaak de koekoek wordt uitgebeeld in dit fragment van Saint-Saens?”, “Hoor je de regendruppels in dit pianowerk van Chopin?” of “Klinkt dit muziekstuk vrolijk of droevig?”. Elke keer je in zijn lokaal komt heeft hij weer iets anders voor je klaar! In de Instrumentenwerkplaats leert de handige Renovatio Priegelaar je bij over de instrumenten: hij laat je een instrument horen en jij moet raden het welke. Soms vraagt hij je ook om alle instrumenten van een bepaalde groep (bvb. strijkers of tokkelinstrumenten) te zoeken, of instrumenten aan te duiden die bij elkaar horen. In het zanglokaal moet je leren zingen: Polyvoks Duizendzang zingt samen met het Mini-Monster-Koot een melodie voor, kan jij het goed nazingen? Ze zal soms ook vragen of je een liedje herkent, zij speelt de begeleiding (zonder dat er gezongen wordt) en jij moet op het bijhorende doe-bordje aanduiden over welk liedje het gaat! In de geluidsstudio van Presto Wervelwind leer je luisteren naar de verschillende klanken op de xylofoon. Presto speelt twee noten, was de tweede noot hoger of lager dan de eerste? Of hij speelt een toon op de xylofoon, en jij moet hem naspelen. Misschien moet je wel een mini-partituur nemen en het liedje naspelen of mag je gewoon naar hartelust improviseren. In het slagwerklokaal leert Batavius Paukenslag je de kneepjes van het vak: trommel het juiste ritme na, en vergeet de rusten niet! Af en toe traint hij ook je geheugen, hij noemt een kleur en jij speelt op de trommel van die kleur. Daarna noemt hij nog een kleur, en sla jij eerst op de eerste, daarna op de tweede trommel enzovoort. Hoe lang kan jij deze trommelketting onthouden? Tenslotte heb je nog het geluiden lokaal met de kleine Fonibert Luistervink, hij laat je geluiden horen en jij moet klikken op wat je hoort. Andere keren laat hij vier verschillende geluiden horen en moet jij zeggen welk er niet bij past, of juist welke geluiden wél bij elkaar horen! Hij heeft altijd een nieuwe opdracht voor je klaar!

Oeps, wat vliegt de tijd! Het is tijd voor de finale van het grote monster muziek concours! Gauw het podium op, Krokus: kondig onze fantastische leerlingen-bands maar aan! Elke band maakt zich klaar voor het grote optreden, hoe beter je tijdens de lessen hebt gepresteerd, hoe beter je optreden zal zijn. Wie heeft de meeste punten verdiend en krijgt het grootste applaus? Aan het einde van het concours zal directeur Krokus de winnaar bekend maken. Hartelijk gefeliciteerd! En niet vergeten: oefening baart kunst.

Onze mening

Aan het begin waren we vooral gefascineerd door de werking van de tiptoi, het is ongelooflijk hoe de stift je doorheen dit spel leidt. In de ‘ontdekkingsmodus’ vertelt de stift je niet alleen de naam van alles wat je ziet op het bord, maar ook wat meer informatie en hij laat zelfs horen hoe dat instrument klinkt! Je kan spelen op de xylofoon en de toonhoogtes die je hoort zijn correct. Het spel zelf is ook heel indrukwekkend in elkaar gestoken, er is aandacht voor vele dingen die in het muziekonderwijs worden aangeleerd. Elke keer je het spel speelt krijg je andere opdrachten, zelfs in de 8ste speelsessie kregen we nog opdrachten die we nog niet eerder hadden gehoord. De ene opdracht is al wat interessanter dan de andere, neem bijvoorbeeld de luisteropdrachten in het klassieke muzieksalon. Soms vertelt Professor Weetal eerst over een muziekstuk, hij laat je vervolgens de karakteristieke maat meetellen. Een andere keer moet je tellen hoeveel keer je ‘de koekoek’ hoort… Bij deze opdrachten gaan de kinderen actief luisteren, bij andere opdrachten is dat wat vager. Nog betere opdrachten zijn die waarbij je moet luisteren en achteraf zeggen of het feestje vrolijk verder ging of abrupt ten einde kwam: de kinderen leren dus bewust te luisteren. Als pianolerares kan ik dit soort spellen alleen maar aanbevelen, het is heel leerrijk en toch op een heel leuke manier gebracht zodat de kinderen amper beseffen dat ze iets bijleren. Anderzijds is het spel zeker niet eenvoudig, de leeftijdscategorie “4 – 7” is niet helemaal correct. Vanaf 4 jaar is heel jong voor dit spel, de maximumleeftijd 7 had er al helemaal niet moeten staan want ook een 9-jarige kan hier nog veel plezier mee beleven én veel uit leren. Maar koop jij een spel voor je 7-jarige zoon, met die maximumleeftijd op de doos?

We speelden het spel in de muziekles en de meeste kinderen vonden het geweldig. Je hoeft niets uit te leggen, de stift zegt steeds heel duidelijk wat je moet doen en hoe het in zijn werk gaat. Ook voor mij als lerares was het interessant om te zien wat de leerlingen wel/niet kunnen. In een thuis-situatie gaat die vele uitleg soms wel eens tegensteken, je hoeft niet opnieuw te horen dat Presto Wervelwind vele armen heeft en monsterlijk goed xylofoon kan spelen, je wilt liefst van al gewoon horen wat je moet doen. Een tweede speelsessie heeft dus enerzijds het voordeel dat je andere opdrachten krijgt en het spel steeds anders is, anderzijds het nadeel dat het nogal gauw langdradig wordt. Je kan de uitleg wel overslaan, maar dan heb je ook vaak de opdracht gemist en dat kan niet de bedoeling zijn. Het spel neemt wel een half uurtje in beslag, maar doordat je continu aan de slag bent beschouwen de meeste kinderen dit niet als ‘te’ lang. In een thuis-situatie is de ontdekkingsmodus dan weer heel interessant: laat de kinderen gewoon wat typen op het bord, ze leren de instrumenten kennen, op de xylofoon spelen, liedjes herkennen, … Ze kunnen helemaal alleen bezig zijn en ze kunnen het spel ook helemaal alleen spelen. Of je doet weer mee nadat ze een tijdje hebben zitten zoeken, wees maar zeker dat ze het nu al wat beter zullen kunnen!

Conclusie: De monsterlijke muziekschool is top om de kinderen al spelend wat muzikale kennis bij te brengen.

Monsterlijke Muziekschool

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

De monsterlijke muziekschool

Auteur: Kai Haferkamp
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

Tutti Frutti
21 Dec 2014 door Ralda

Spelbeschrijving

In Tutti Frutti gaan de kinderen elk hun eigen fruitcocktail samenstellen. Zoek snel de andere helft van jouw stukje fruit en leg het correct op je stapel. Wie maakt de hoogste toren zonder fouten?

Aan het begin van het spel worden de 48 dubbelzijdige plaatjes verspreid op tafel gelegd. Alle spelers mogen één fiche nemen om het spel mee te beginnen. Van zodra één speler start roept kan iedereen op tafel beginnen zoeken naar een passend fiche. Je zal dezelfde tekening moeten zoeken als op één van de zijdes van jouw fiche, je moet het nieuwe plaatje vervolgens zo op je vorige stapelen dat de gelijke tekeningen tegen elkaar zitten. Op die manier spelen de spelers, tegelijkertijd, verder in de hoop een zo hoog mogelijke stapel te maken! Als je niet meteen een passend fiche vindt mag je de fiches op tafel uiteraard omdraaien. Als alle plaatjes op tafel op zijn of als geen enkele speler nog verder kan eindigt het spel. De hoogste stapel wordt als eerste gecontroleerd, als alles juist blijkt te zijn dan wint deze speler, anders worden de andere stapels gecontroleerd tot wanneer er een winnaar uit de bus komt.

Onze mening

Tutti Frutti is een kinderspel vanaf 4 jaar. Het zoeken naar de juiste fiches stimuleert het observatievermogen van kleine kinderen, maar met zo’n aantal fiches lijkt dat toch niet zo evident. Daarnaast is het ook het reactievermogen van groot belang, want diegene die de hoogste (én correcte!) stapel kan maken wint het spel. Dit soort spelletjes is goed om kinderen te stimuleren, maar het zijn wel spellen die kinderen onderling moeten spelen, liefst kinderen van dezelfde leeftijd. Een zesjarige is veel sneller dan een vierjarige, en als een achtjarige meedoet vinden de kleinere kinderen het niet meer leuk omdat ze geen schijn van kans maken. Tutti Frutti viel niet echt in de smaak bij de kinderen waar wij het mee gespeeld hebben, aangezien het steeds dezelfde (de oudste) was die won. Misschien is het wel een idee voor in de kleuterklas, waar alle kinderen dezelfde leeftijd hebben en op hetzelfde niveau zitten.

Conclusie: Tutti Frutti stimuleert het reactievermogen van de allerkleinste spelers!

Tutti Frutti

Met dank aan Gigamic!

Met dank aan Gigamic!

Tutti Frutti

Auteur: Theora Concept
Uitgever: Gigamic
Aantal spelers: 2 – 6
Tijdsduur: ± 10 min.
Vanaf 4 jaar

Parado
14 Sep 2014 door Ralda

Spelbeschrijving

Welk kind houdt nu niet van verkleedfeestjes en een leuke stoet? Nu kan je gewoon het coöperatieve spel ‘Parado’ op tafel leggen in plaats van een koffer vol verkleedkledij boven te halen! In Parado zullen alle spelers enkele kinderen verkleden met behulp van dobbelstenen en een heleboel leuke accessoires, probeer dit bovendien te doen voordat de voltallige knuffelberen-jury arriveert!

Als je aan de beurt ben rol je de twee kleurendobbelstenen, deze bepalen vervolgens welke kleuren verkleedkaarten dat je moet nemen. Om een nieuw kindje te verkleden beginnen we altijd met het hoofd, daarna het lichaam en tenslotte de benen. Je mag beide verkleedkaarten zelf houden maar je kan er voor kiezen om deze aan één van je medespelers te geven, want misschien kan een andere speler die wel beter gebruiken dan jijzelf! Als je kindje helemaal verkleed is kan je uit de schatkist nog twee leuke accessoires kiezen. Als je één dobbelsteen niet kan gebruiken omdat de verkleedkaarten in die kleur uitgeput zijn dan neem je enkel de kleur die wel beschikbaar is, maar als beide kleuren uitgeput zijn dan wordt er een bezoekerskaart omgedraaid en zit de eerste knuffelbeer dus al te wachten op de show!

Het spel eindigt wanneer de zes bezoekers aanwezig zijn of wanneer alle kindjes verkleed zijn. Als alle kindjes verkleed zijn voordat het laatste jurylid arriveerde dan winnen alle spelers samen het spel en volgt de parade, als de kinderen nog niet helemaal klaar zijn dan verliezen we helaas het spel. Na een overwinning volgt de gekste stoet ooit, alle verklede kindjes worden één voor één naar het midden van de tafel geschoven terwijl we een leuk verhaaltje verzinnen over dat kindje. Zo zien we misschien een voetballer in een jurk die uitglijdt op een bananenschil of een politieagent dat zelf het tenue van een gevangene aanheeft en in het gips ligt, …

De zes juryleden kunnen uiteraard ook vervangen worden door echte knuffels en voor een moeilijkere variant kan je proberen met drie juryleden te spelen.

Onze mening

Toen we de spelregels van Parado de eerste keer lazen dachten we dat het spel niets zou voorstellen, het was dan wel vanaf vier jaar, maar dit is wel héél eenvoudig. Toen we het met kinderen speelden veranderden we al snel van inzicht, in dit spel wordt het meer dan duidelijk dat de kinderen echt wel moeten samenwerken om het te halen voordat de jury arriveert! Je kan dan wel overleggen en zeggen dat iemand anders die verkleedkaart beter kan gebruiken, maar sommigen zijn toch zo ‘egoïstisch’ dat ze het liever zelf willen houden, ook al is de kans daardoor groot dat iedereen het spel verliest. De kinderen moeten dus echt leren om mekaar te helpen! Op het einde komt er toch zeker ook wat geluk bij kijken, wanneer er slechts één of twee kleuren over zijn dobbel je natuurlijk gemakkelijk twee kleuren waar je niets mee kan doen, zo komen er steeds meer juryleden. Uiteraard blijft het een eenvoudig spel, zeker voor volwassenen, maar voor jonge kinderen is het best een uitdaging!

Na een overwinning volgt de gekke parade en het lijkt dan alsof een tweede, totaal ander spel begint. Hoe creatiever de kinderen, hoe leuker! Het valt nu duidelijk op wie creatief is en de gekste verhaaltjes verzint over drie eenvoudige verkleedkaartjes en wie niet. Het bracht ons wel wat uit onze comfortzone, maar de kinderen zijn er gek op en ze onthouden het al gauw als één van hun favoriete spelletjes! Ook dit speelden we weer met een groep mensen met een mentale handicap en ook bij hen konden we hetzelfde merken als bij de kinderen. Wat ons nu het meeste verbaasde was dat niet alleen de spelers hier plezier aan beleefden maar dat ook wij erg veel hebben bijgeleerd over het karakter van de spelers! Het is een spelletje dat we zeker nog vaak zullen moeten meenemen om niemand teleur te stellen! 🙂

Conclusie: Parado is een verrassend leuk spel om kinderen hun creativiteit aan te wakkeren en hen te leren samenspelen!

Met dank aan Zonnespel!

Met dank aan Zonnespel!

Parado

Auteur: Jouke Korf
Uitgeverij: Zonnespel
Tijdsduur: ± 20 min.
Aantal spelers: 2 – 6

Vanaf 4 jaar

© Spellenmolen junior